VERBRANDEN MET ENERGIERECUPERATIE
De huisvuilverbrandingsinstallatie van IVBO werd officieel in gebruik genomen in 1982 en werd door de jaren heen omgebouwd en aangepast aan de noden van vandaag. Wij beschikken op heden over een hoogtechnologische afvalverwerkingseenheid met een nominale capaciteit van 200 000 ton op jaarbasis. 
Het verbrandingsproces is volledig geautomatiseerd en wordt bewaakt en gestuurd door een computersupervisiesysteem. Onze installatie is uitgerust met 3 identieke ovenlijnen die volledig van elkaar gescheiden zijn, ze hebben elk een capaciteit van 9 ton per uur. De ovens zijn dag en nacht in werking.
WERKING
Het aangevoerde vuil wordt – bij aankomst aan de verbrandingsinstallatie eerst gewogen. Hier gebeuren ook enkele visuele controles en de controle op straling.
De vrachtwagens die het afval ophalen, brengen het afval naar de overdekte storthal. Daar deponeren ze hun lading via een van de zestien stortopeningen in de stortbunker. 
De kraanman verdeelt – met de kraan – zorgvuldig het afval over de bunker. Dit gemengde afval is de brandstof voor elke oven. De kraanoperator vult de ovens via de vultrechters.
Het afval wordt verbrand op een schuin opgesteld en bewegend verbrandingsrooster bij een temperatuur van 850°C tot 1000°C. De opwaartse stuwbeweging zorgt voor het omwoelen van het brandend en niet-brandend afval en voor het transport over het rooster naar de ontslakker.
Om de verbranding te onderhouden is er verbrandingslucht nodig. Deze primaire verbrandingslucht wordt aangezogen vanuit de bunker, en wordt via de luchtspleten tussen de roosterstaven in het brandende bed gestuwd.
In de vuurhaard kunnen op het rooster 4 zones onderscheiden worden:
Droogzone: bij het buiten komen aan de schacht en op het voedingsplateau, hier wordt het water verdampt en het vuil gedroogd.
Ontgassingzone: het 1e deel van het rooster: restdroging gevolgd door het ontsnappen van de vluchtige bestanddelen en het begin van de primaire verbranding.
Primaire verbrandingszone: deze zone overbrugt de ontgassing- en de uitbrandzone, en beslaat ongeveer de helft van het rooster; hier worden de vaste afvalstoffen omgezet in gasvormige toestand en is er een zeer hevige verbranding met felle vlammen.
Uitbrandzone: vanaf ongeveer de helft van de roosterlengte waar de resterende vaste koolstoffen uitbranden en de slakken (reststoffen) verder gekoeld worden tot aan de uitbrandtrommel.
De verbranding is slechts voltooid als de verbrandingsgassen nog een goede naverbranding krijgen in de eerste trek. Dit wordt gerealiseerd door de toevoeging van secundaire lucht. Eens alle assen uitgebrand zijn, worden ze onderaan het rooster met behulp van een roterende uitbrandtrommel in de ontslakker (dit is een bak, gevuld met water) gedumpt. De assen die in het water vallen worden zo afgekoeld, bevochtigd en uitgewassen. De ontslakker werkt zonder waterlozing en verbruikt water dat uit het productieproces afkomstig is.
Als de assen uit de ontslakker geduwd zijn, vallen ze op een kleine verschuifbare transportband waarmee één van de twee parallelle transportbanden naar de containers gevoed wordt. De verbrandingsassen, ook wel slakken of bodemas genoemd, worden afgevoerd naar een verwerkingseenheid of een stortplaats waar zij gebruikt worden als bouwstof voor het afdekken van de stortlagen. Op deze manier bespaart men primaire grondstoffen die anders nodig zouden zijn voor het afdekken van de stortplaatsen en andere toepassingen.
Na de verbranding van de afvalstoffen wordt het ferro-metaal (ijzer, staal, en legeringen op basis van ijzer) uit de verbrandingsassen gerecupereerd. Dit wordt uitgevoerd door een magneet boven de transportband met assen: het metaal wordt aangetrokken en wordt zijwaarts weggeworpen in een container. Dit metaal wordt afgevoerd naar de schroothandelaar die het dan voor recyclage naar de staalindustrie brengt.
‘WASTE TO ENERGY’
De verbrandingsoven kan eigenlijk ook gezien worden als een energiecentrale, want al meer dan 20 jaar zetten we afval om in warmte en elektriciteit. In plaats van het afval te storten krijgt het een nuttige toepassing. 40% van de geproduceerde energie is groene hernieuwbare energie.
3 stoomketels produceren energie die benut wordt voor de volgende toepassingen:
- Elektriciteit voor eigen behoeften en voor verkoop op het elektriciteitsnet van Elia.
- Proceswarmte voor eigen behoefte
- Afstandsverwarming –en koeling voor externe klanten
De elektriciteitsproductie
Het afval wordt verbrand in de ovens en de vrijgekomen warmte wordt gerecupereerd in de ketel waar het ketelwater omgezet wordt in stoom. Deze stoom drijft een turbine aan die 4,2 MW elektriciteit produceert. Met deze energie kunnen momenteel 6.500 huishoudens van elektriciteit worden voorzien.
IVBO plant ook de bouw van een nieuwe turbine die moet toelaten de beschikbare energie maximaal te benutten. In de toekomst zal IVBO ongeveer 16 000 gezinnen voorzien van elektriciteit, 40% is groene energie.
Het afstandsverwarmingsnet
De tweede vorm van energierecuperatie is het leveren van warmte, ook wel afstandsverwarming genoemd. Over een kring van 22 kilometer wordt warm water - dat geproduceerd wordt in de energiecentrale van IVBO - via ondergrondse buizen afgeleverd bij diverse klanten: AZ Sint-Jan, Penitentiair Complex Brugge, Kinderdagverblijf 'De Blauwe Lelie', rusthuis 'Herdershove', Stock Vermeersch, e.a.
Deze energie wordt tegen gunstige voorwaarden ter beschikking gesteld en laat toe om belangrijke besparingen te realiseren op het verbruik van primaire grondstoffen zoals aardgas.
ROOKGASZUIVERING
Als het afval verbrand is en de warmte uit de rookgassen gerecupereerd is, moeten de rookgassen gezuiverd worden. IVBO beschikt over een zeer goed werkende rookgaszuiveringsinstallatie die de emissies reduceert tot het laagst mogelijke technisch haalbare niveau. De rookgassen worden in 4 verschillende fases gereinigd:
FASE 1: EERSTE NATTE WASTRAP
Tijdens de eerste fase van het zuiveringsproces worden de rookgassen gewassen met een overmaat aan water*. Zo worden zware metalen en zure schadelijke componenten, zoals waterstofchloride, waterstoffluoride en deels ook zwaveldioxide, opgelost in het waswater en geïsoleerd uit de rookgassen.
Nadien worden de rookgassen door een rookgaskanaal met intense waterinjectie gestuurd, zodat de contactmogelijkheden tussen de rookgassen en het water geïntensifieerd worden. Deze interactie verwijdert drastisch de stofdeeltjes waarop zich een reeks zware metalen hebben vastgezet. Deze deeltjes worden neergeslagen in het waswater. Door de intense behandeling van de rookgassen met proceswater daalt de temperatuur van de rookgassen zeer plots en kunnen er in dit stadium van het proces geen bijkomende dioxines gevormd worden.
* Het water nodig voor dit proces, is gezuiverd rioolwater (uit de Brugse regio) afkomstig van de naburige waterzuiveringsinstallatie van Aquafin. Een deel van het rioolwater krijgt dus een nieuwe functie. Het zuur geworden waswater wordt geneutraliseerd en hergebruikt na zuivering in de waterzuiveringsinstallatie van IVBO.
FASE2: TWEEDE NATTE WASTRAP
In de tweede fase worden de rookgassen behandeld met neutraal tot licht basisch waswater, voornamelijk voor de opvang van het resterende zwaveldioxide. De rookgassen worden van onder naar boven doorheen de basische wasser gestuwd. Eerst worden ze door een kussen van kunststof vulringetjes gestuurd die van bovenaf bevloeid worden met het waswater. Door de ringen verkrijgt men een zeer groot contactoppervlak tussen de rookgassen en het waswater dat erover vloeit.
Voor en na de tweede wastrap is een druppelafscheider voorzien. De eerste druppelafscheider zorgt ervoor dat het waswater van de eerste wastrap niet vermengd wordt met het waswater van de basische wastrap. De tweede druppelafscheider verhindert dat de gezuiverde rookgassen gecontamineerd worden met waterdruppels waarin diverse schadelijke componenten werden gevangen.
FASE 3: ROOKGASHEROPWARMING EN INJECTIE VAN ACTIEF KOOL
Na de natte zuiveringstrappen – waarbij de temperatuur laag wordt gehouden om een optimaal zuiveringsrendement te bekomen – worden de rookgassen terug opgewarmd. Deze opwarming gebeurt in fasen van 65°C tot 120°C met de hulp van lagedrukreststoom en van 140°C tot 160°C met de hulp van hogedrukreststoom afkomstig van de energierecuperatie. Een aardgaskanaalbrander staat stand-by om bij een opstart in de nodige opwarming te kunnen voorzien.
Vervolgens wordt in de opgewarmde rookgasstroom een mengsel van actief kool en kalksteen gedoseerd. Actief kool wordt geproduceerd op basis van bruinkool en vertoont enorm veel minuscule poriën die als een spons dioxines (de verzamelnaam voor een groep chemische stoffen die ontstaan bij verbrandingsprocessen) en vluchtige residuaire zware metalen adsorberen. Het kalksteen vermijdt zelfontbranding in het proces. Het geïnjecteerde actief kool wordt hergebruikt zodat het totale verbruik tot een minimum kan beperkt worden.
MOUWENFILTER
De mouwenfilter houdt alle resterende stofdeeltjes en polluenten tegen. Een mouwenfilter lijkt op een reuzenstofzuiger waarin 700 filterzakken zijn geplaatst. De rookgassen worden doorheen deze zakken of mouwen gezogen. Alle stof en nog resterende deeltjes blijven achter. Alle nog dampvormige schadelijke deeltjes worden tegengehouden door de laag actief kool die zich op de zakken neerzet.
Terecht kan men hier spreken van hoogtechnologische toestellen voor het zuiveren van de rookgassen, want er worden afscheidingsrendementen van bij de 100 % bereikt.
FASE4: deNOx
In de vierde en laatste trap worden de stikstofoxiden (NOx) verwijderd in een deNOx installatie. Deze installatie werd in december 2004 in gebruik genomen. De rookgassen worden eerst van 160°C verder opgewarmd tot 250°C. Deze opwarming, nodig voor de chemische reactie bij de afbraak van de stikstofoxiden, wordt enerzijds uitgevoerd door een gasbrander en anderzijds door de recuperatie van de warmte in de warme rookgassen die naar de schouw gaan.
We spreken van een katalytische zuivering: op het katalytisch materiaal zal een reactie op hoge temperatuur van ammonia met de stikstofoxiden plaatsvinden waardoor deze worden afgebroken in water en stikstof, twee basiscomponenten van zuivere lucht.
ZUIGTREKVENTILATOREN
Om de rookgassen doorheen de verschillende zuiveringstrappen te loodsen, werden er meerdere ventilatoren opgesteld. Deze zuigtrekventilatoren zorgen tevens voor onderdruk in de ovens, noodzakelijk voor een goede verbranding. Na de laatste ventilator vlak voor de schouw is een geluidsdemper geplaatst.
EMISSIEMETINGEN
Vooraleer de schouw te verlaten, wordt een deel van de gezuiverde rookgassen omgeleid via de meetcabine waar meerdere “gasanalysers” zijn opgesteld. Hier worden continu metingen uitgevoerd naar de kwaliteit van de rookgasstroom. De continumetingen worden om de zes maand getoetst aan metingen uitgevoerd door een erkend laboratorium. Deze interne controle is wettelijk voorzien en laat toe de degelijke werking van de opgestelde apparaten te controleren.
Alle resultaten worden geregistreerd en bewaard. De gegevens worden ter inzage gehouden van de controlerende overheid en overgemaakt aan de Dienst Leefmilieu van de Stad Brugge.
SCHOUW
Via een 60 meter hoge schouw met drie pijpen, één per ovenlijn, worden de gezuiverde rookgassen uiteindelijk zonder gevaar voor het milieu geloosd.
De temperatuur van de rookgassen (170 °C) en de hoogte van de schouw zorgen voor een perfecte spreiding van de rookgassen in de omgeving. Hierdoor kunnen de imissiewaarden (wat zich op de grond neerzet) in de omgeving verwaarloosbaar laag gehouden worden.
AFVALWATERZUIVERING
Het waswater dat gebruikt wordt in de twee natte wastrappen wordt permanent gerecirculeerd. Slechts 3% van de gebruikte hoeveelheid wordt geloosd na een grondige chemische behandeling. Het door IVBO gezuiverde afvalwater wordt conform de normen geloosd in het waterzuiveringstation van Aquafin.
RESTSTOFFEN
De vaste reststoffen, die ontstaan in de diverse fasen van het zuiveringsproces, worden zo nodig verder behandeld en afgevoerd naar de hiervoor vergunde stortplaatsen. De deeltjes uit de natte wastrappen kunnen zonder voorbehandeling geborgen worden op een stortplaats, de reststoffen uit de mouwenfilter worden voorbehandeld voor ze gestort worden.
Alle schadelijke stoffen zijnop een deskundige wijze gecontroleerd en geïmmobiliseerd zodat ze op een veilige wijze kunnen geborgen worden zonder nadelige gevolgen voor het milieu. Via onze emissieapparatuur worden de rookgassen continu geanalyseerd en aan de normen getoetst. Onze emissiewaarden zitten met meer dan 75 à 90% onder de toegelaten norm.
Vragen over de verbrandingsinstallatie en de impact op het milieu?
Richt u naar milieu@ivbo.be