Thuiscomposteren

Door zelf te composteren, bespaar je op je afvalkost en maak je bovendien zelf een nieuw en nuttig product. Compost bestaat uit plantaardige resten (bijvoorbeeld groenten, fruitschillen, grasmaaisel, bladeren, snoeihout, …) die door micro-organismen bijna tot humus zijn afgebroken. Je kan het vergelijken met wat in het bos gebeurt als afgevallen bladeren, twijgjes en dode planten zich omvormen tot de donkerbruine bosgrond. Compost is een donkerbruin tot bijna zwart kruimelig materiaal dat naar bosgrond ruikt.

Compost is geen meststof, maar een bodemverbeteraar die de bodem van nieuw organisch materiaal voorziet. Tuinieren en landbouw put de grond namelijk uit. Borders worden schoongemaakt, grasmaaisel wordt weggehaald, groenten en fruit worden geoogst, ... en telkens worden voedingsstoffen en organisch materiaal weggehaald uit de bodem. Compost helpt om uitputting en structuurverval te voorkomen.

Zelf composteren is vrij eenvoudig en vergt slechts een kleine inspanning, al vraagt het wel de nodige tijd. In de zomer moet je rekenen op drie tot vier maanden en in de winter op minimum zes maanden voordat de compost gebruiksklaar is.


Composteren in een compostvat of -bak

Op het recyclagepark van je gemeente kun je handige compostvaten of -bakken verkrijgen.

Hoe beginnen?

Zet je compostvat of je compostbak op een zonnige plaats. We raden hierbij aan om het compostvat op tegels of een houten palet te plaatsen, zodat het overtollige vocht kan wegsijpelen en de compostdiertjes hun weg vinden naar het materiaal. Leg onderaan veel structuurmateriaal dat voor de nodige verluchting zorgt: takjes, haag scheersel, houtsnippers, …

En dan?

Je keuken- en tuinresten kan je indien nodig nog wat verkleinen en daarna in het vat of de bak gooien. De compost moet worden belucht: een wekelijkse beluchtingsbeurt met de beluchtingsstok is noodzakelijk. Om de twee tot drie maanden kan je de compost opzetten met een riek. Na minimum zes maanden kan je al de eerste compost oogsten.

Stap voor stap
Start in het voorjaar, in de zomer of op een zonnige herfstdag. Zet nooit een composthoop op of start nooit met het vullen van een compostvat bij vriesweer omdat het composteringsproces dan moeilijk op gang komt. Ook hevige regen vermijd je best bij de start van een composthoop.

Gebruik zoveel mogelijk vers materiaal. De keuken- en tuinresten worden best zo vers mogelijk op de composthoop of in het compostvat aangevoerd. Vermeng het met het reeds aanwezige materiaal om uitdrogen te vermijden.

Voeg ook geen al te grof materiaal toe. Om de afbraakorganismen voldoende toegang te geven tot het afval mag het niet te grof zijn. Knip stengels van bijvoorbeeld bloemen of andere planten en lange twijgjes daarom best in korte stukjes. Takken worden beter met een hakselaar verkleind.

De micro-organismen (bacteriën, schimmels, …) en kleine beestjes (wormen, …) die voor de afbraak zorgen, hebben voedsel, water en lucht nodig. Goed composteren betekent dan ook vooral goed mengen. Droog en stug afval (stro, kleine takjes,…) meng je best met water- en voedselrijk materiaal (gemaaid gras, keukenafval). Het droge afval zorgt dan voor de luchtcirculatie en het natte afval voor het water en het voedsel. Zo kunnen de bacteriën en schimmels het best hun gang gaan.

Heb je enkel natte keukenresten en gras? Voeg dan houtsnippers toe bij het opzetten van je composthoop. Snippers kan je verkrijgen op het recyclagepark van je gemeente of in je tuincentrum.

Voeg nooit te grote hoeveelheden van hetzelfde materiaal in één keer toe. Grote hoeveelheden gras of bladeren kan je gerust in je tuin uitstrooien tussen struiken en bomen. Die vormen immers een ideale mulchlaag (deklaag) die de groei van onkruid tegenhoudt.

Hou je composthoop of compostvat in het oog. Door het intens afbraakproces stijgt de temperatuur in de compost en gaan de afbraakorganismen nog sneller werken. Bij temperaturen boven 50°C kunnen die organismen zelfs onkruidzaden en ziektekiemen vernietigen. De hoop wordt zo als het ware gepasteuriseerd. Door de stijging van de temperatuur verdampt ook al het overtollige vocht. Let er dus op dat je composthoop niet te nat wordt en hierdoor aan temperatuur verliest. Nat materiaal toevoegen in je compostvat is dus uit den boze.

Het proces van de compostering wordt sterk bevorderd door de compost te beluchten. Als je met een composthoop of met een compostbak werkt, moet je de compost omzetten. Bij een composthoop doe je dat met een riek. Als met compostbakken werkt, verplaats je de inhoud van de ene bak naar de andere. In een compostvat kun je met een beluchtingsstok werken.

Compost die klaar is in het najaar kun je als bodembedekker gebruiken, zowel voor bloemperken, struiken als de groentetuin. Op die manier breng je tegelijk een beschermende laag aan voor de winter en breng je een bron met humus aan voor het najaar.